Y a du gaz!


By BorisTextor on 29 November 2013 · 4

Spines en pillows, backflips en 1080’s, diepe poeder en faceshots: de beste samenvatting van het laatste decennium.

Freeride meets freestyle of freestyle meets freeride, zoals je wilt. Maar sinds kort lijkt hier iets te bewegen, steeds vaker worden er steile flanken afgedaald. Toppen waar geen lift naartoe leidt en zonder logische lijn, worden plots bereden door skiërs en boarders. Terrein dat tot voor kort van volleerde alpinisten was, is nu het favoriete speelterrein van een schaars clubje skiërs geworden. Freeride meets alpinisme!

Steilwandfahren

Natuurlijk is deze discipline; steilwandfahren, ski de pente raide of skialpinisme niet nieuw. Al in de jaren ‘30 van de vorige eeuw werden steile wanden op ski’s afgedaald. Wel nieuw is dat deze prestaties nu verschrikkelijk mooi gedocumenteerd worden en niet verder dan enkele muisklikken verwijderd zijn. Denk aan namen als Andreas Fransson, Xavier de le Rue, Samuel Anthamatten, Giulia Monego ofVivian Bruchez.

Het oosten van de Alpen lijkt wat vergeten te zijn, maar denk even aan de Dolomieten en je weet meteen dat ook hier leuke dingen te doen zijn, maar niet altijd zo prachtig gedocumenteerd als rondom Chamonix.

Het begin van extreem skiën.

Leon Zwingelstein traverseerde in 1933 van Nice in Frankrijk naar Innsbruck in Oostenrijk en legde daarmee in drie maanden tijd een 1930 km lange toerskitocht af. Een zeer bijzondere prestatie voor die tijd! In 1967 skiede Sylvain Saudan als eerste het Spencer couloir op de Aiguille de Blaitière. Dit was het begin van een nieuwe generatie extreem skiërs. In het oosten ontwikkelt de zuid Tiroler Heini Holzer zich tot een zeer goede steilwand skiër. Omdat hij op jonge leeftijd trouwde, vertrokken zijn klimvrienden (Ronald Messner, Peter Habeler, ...) zonder hem naar de Himalaya. Dit maakte dat hij zich toelegde op het steilskiën. Helaas komt hij in 1977 om tijdens een poging om als eerste de Piz Roseg noordwand af te dalen.

Wat heb ik nodig?

Met modern materiaal kunnen ook stabiele skiërs steeds steiler gaan. Maar wat komt daar dan allemaal bij kijken? Net zoals bij de stap van piste naar off-piste, zal je je kennis en kitlist moeten uitbreiden.

Gevaren en Alpinisme

Naast lawines kent het hoog alpiene terrein (terrein boven de 2500 meter) nog meer gevaren zoals gletsjers, steenslag, vallend ijs en nog meer. De enige manier om deze gevaren tegen te gaan, is er überhaupt niet te zijn. Toch zijn de risico’s te verminderen door bijvoorbeeld te zekeren, snel te bewegen of simpelweg op een ander moment van de dag te gaan. Deze beslissingen vragen kennis van het alpiene terrein. Daarnaast is ook het lopen in alpiene terrein toch een bepaald kunstje dat je moet leren. Je moet ook vertrouwen krijgen in je materiaal. Alpiene zekertechnieken toepassen in sneeuw, ijs en rots. Vaak niet moeilijk, maar je moet ze wel leren kennen en blijven oefenen.

Ervaring zet je steviger op de ski’s

Naast je skivaardigheid, zal ook je ervaring je helpen om beter te skiën in steil terrein. Wat voor de ene lekkere poeder is, is dat niet noodzakelijk voor de andere. Het verschil tussen goede sneeuw en verschrikkelijke bruchharsch, is soms niet meer dan enkele meters. Als je je ervaring goed gebruikt, ski je betere sneeuw.

Of al eens nagedacht waarom nou net jij die steen raakt en niet je maatje? Soms pech, maar vaak ook je maatje die zijn ervaring gebruikt en het terrein ‘leest’. Hoe meer ervaring je hebt, des te groter wordt jouw skicomfort in veeleisend terrein en wordt de kans dat je een fatale fout maakt kleiner. Veel doen dus, en na afloop bespreken wat goed en minder goed ging. Leer vooral van je fouten en deel die met anderen.

Lawinegevaar inschatten

Ook het inschatten van het lawinegevaar vraagt kennis en ervaring. Veel steile wanden zijn, volgens de regels van Werner Munter, niet af te skiën bij een lawinegevaar hoger dan één. Maar in het voorjaar, als de condities goed zijn en het sneeuwdek lekker stabiel, ligt er vaak te weinig sneeuw in de steile wanden. Dus als je de steile wanden wilt skiën, heb je meer kennis nodig dan de reductiemethode…

Toch zien we dat die routes steeds vaker bij diepe poeder worden afgedaald. Hoe zit dit dan? Ervaring dus. Je basiskennis opfrissen in de Wepowder Academy, op stap gaan met een gids. En vooral heel veel onderweg zijn zodat je weet hoe het sneeuwdek is opgebouwd en weet waar de hotspots zouden kunnen liggen. Maar blijf je wel steeds bewust dat je steeds de limiet opzoekt en de ruimte voor fouten klein is.

Je skimaatje(s)

Deze spannende afdalingen zitten helaas dus vol gevaren. Dit vraagt niet enkel een vlotte, stabiele skiër, maar ook een goede alpinist. Een eerder zeldzame combinatie. Tijdens een afdaling ben je solerend aan het skiën. Bij het klimmen is dit een veelgebruikte term om aan te geven dat er niet gezekerd wordt. In de klimsport is men zich bewust van het grote risico.

Skiën in dit zeer steile terrein is eigenlijk hetzelfde, toch zien velen het niet zo. Daarom is het extra belangrijk je eigen grenzen te bepalen en deze ook aan te geven. Een fout brengt niet enkel jezelf, maar kan ook de andere in gevaar brengen.

Daarom is de keuze voor je ski- en klimmaatje erg belangrijk zodat je elkaar 100% kan vertrouwen. Niet enkel mentaal, maar ook technisch en conditioneel dien je zeer goed op elkaar ingespeeld te zijn. Goede combinaties hebben genoeg aan een paar woorden om belangrijke beslissingen te nemen.

Materiaal

Het juiste materiaal kan je in een kritische situatie redden. Maar teveel materiaal zal niet enkel je skiplezier hinderen. Het vertraagt je ook tijdens het klimmen. Je moet dus altijd precies genoeg materiaal bij je hebben. Een basiskit bestaat meestal uit een comfortabele 30l rugzak (vaak zonder ABS vanwege het gewicht) met daarin de dingen die je anders ook meeneemt; schep, sonde, EHBO.

Daarnaast een modern 12-punts stijgijzer, een klassieke pickel en eventueel een ijsbijl. Een lichte alpiene gordel is fijn zodat je er geen last van hebt tijdens het skiën met daaraan wat karabiners, prusikjes, etc. Afhankelijk van het terrein waarin je onderweg bent, beslis je wat je nodig kan hebben.

Een 30 meter lang toerskitouw is vaak afdoende en prettiger vanwege het gewicht in vergelijking met bv. een lang en dik klimtouw. Meestal neem ik een klimhelm mee. Niet enkel vanwege het gewicht, maar ook omdat ik me vooral zorgen maak om vallende stenen of ijs en minder voor de gevolgen van een val.

Skimateriaal

Voor vette powder geldt hoe breder, hoe beter. Hier kies ik echter voor een ski met rond de 80-90mm onder de binding en ongeveer op lichaamslengte. Voor mij het ideale evenwicht tussen gewicht, drijfvermogen in poeder en stabiliteit op harde sneeuw. Gewicht is belangrijk. Daarom gebruik ik bindingen van Dynafit. Licht en betrouwbaar, maar ze zijn wat minder gebruiksvriendelijk dan een normale toerbinding. Vandaar vind ik ze niet ideaal voor beginners. Stokken maken niet zo heel veel uit. Ik heb een voorkeur voor normale tellers en geen grote poedertellers. Tijdens het lopen zakken deze wat gemakkelijker door het sneeuwdek waardoor je daar meer informatie uit kan halen. Denk dan bijvoorbeeld aan de overgang tussen harschdeksel en firn. Onder je normale grip nog wat extra grip zodat je je stok comfortabel wat lager kan vastnemen, is ook handig bij het lopen. En schoenen? Die moeten vooral lekker zitten!

Hoe werkt tochtinschaling?

Om je te helpen bij het plannen van tochten wordt in de meeste gidsjes een schaal gebruikt om de moeilijkheid van een route aan te geven. De meest voorkomende schaal voor het toerskiën is de Volo-schaal, ontwikkelt door de Fransman Volodia Shahshani. Zijn Volo-schaal is de afgelopen jaren gemoderniseerd en wordt in vele boeken toegepast, maar helaas vooral in de Franstalige gebieden van de Alpen. De quoteringen lopen van 1 tot 5. De eerste 4 hebben een onderverdeling van 1 tot 3, bijvoorbeeld 3.2, en het hoogste niveau heeft een open einde. Grofweg zijn de toeren van 1.1 tot 3.3 voor iemand met toerervaring in de juiste condities relaxte toeren. Niveau 4 maakt het allemaal wat spannender, maar blijft voor een goede skiër haalbaar. Niveau 5 is enkel weggelegd voor zeer goede skiërs en een val in dit terrein heeft zo goed als zeker vervelende consequenties. Om de mogelijke consequenties van een fout (of pech, denk aan een sérac) aan te geven, wordt een extra schaal toegevoegd. Deze wordt met E of EX aangegeven in de literatuur. Deze schaal loopt van 1 tot 4, waarbij 1 bijna geen gevaar is en 4 de dood betekend. Het gaat hier vooral over de consequenties van een val en niet over het lawinerisico!

Vincent
Vincent

Slot

Waarom dan skialpinisme? Geen diepe poeder, geen lift en fouten die serieus kunnen worden afgestraft. Omdat het mijn twee passies skiën en alpinisme combineert. Omdat alles tot in de puntjes moet kloppen. Omdat die afdaling veel beter smaakt als je jezelf omhoog hebt gezwoegd. Maar bovenal omdat je kan genieten van de schoonheid en het één zijn met de berg op een manier die je niet in een skigebied zal vinden.

“Life begins at the end of your comfort zone” - Neale Donald Walsch

Met bijzondere dank aan Vincent de Groof, Arend Hamsta, Kimwinkel.nl en uiteraard Rab kleding.

Comments


  • WoutM
    Expert
    WoutM op 29 November 2013 · 20:29
    Super interessant en leerzaam Boris!
  • Vinnie
    Advanced
    Vinnie op 29 November 2013 · 21:21
    Topverhaal!
    Sharing Secrets, Sharing freedom!
  • robbert
    Advanced
    robbert op 30 November 2013 · 09:53
    Leuk verhaal. Voor mensen de van steil skien/snowboarden houden is de film Steep een aanrader
  • jriph
    Tourist
    jriph op 3 December 2013 · 20:09
    mooi terrein .. Courtes of col des Cristeaux of zo ?
    we demand rigidly defined areas of doubt and uncertainty !

Reply

You need to be logged in to post a comment in this topic. Login or create an account.

Upgrade to wepowder Pro

  • Extended 14 day forecast
  • Slope angle and exposition terrain layers
  • Inspirational freeride routes
wePowder Pro